Praten met een brugklasser: Mo voelt zich verraden

De dag na het telefoongesprek met zijn moeder, klopt Mo op mijn deur. Hij voelt zich verraden: ‘U zou toch alleen mijn moeder bellen en niet nog iemand langs sturen?’ vraagt hij ernstig.

De school wordt in de loop van de middag rustiger. De brugklassers zijn allemaal al uit. Ik wacht op een mentor die ik wil spreken en kijk mijn mail na. Een bijna onhoorbaar zacht klopje op de deur die half openstaat doet me opkijken. Een ernstig kijkende jongen vraagt beleefd of hij me nog even kan spreken. Die knul ken ik, hem heb ik vorige week gesproken. Zijn naam weet ik niet meteen, maar ik herinner me direct ons gesprek.

Hij had me verteld me al een tijdje moeilijk in te slapen. Al wachtend op de slaap zocht hij dan wat vertier op zijn telefoon. Het bekende verhaal. Ook gamet hij graag, veel en lang. We kwamen er in het gesprek op uit dat het toch wel verstandig zou zijn als de regels daarover thuis wat duidelijker zouden zijn. Beter voor de schoolresultaten ook. Hij had al gemerkt dat hij daar zelf niet genoeg discipline voor had. Mo woont alleen met zijn moeder, en hij vond het uiteindelijk goed dat ik haar zou bellen.

Logisch dat hij zich een beetje verraden, of zelfs bedreigd lijkt te voelen

Dat heb ik gisteren gedaan. De moeder van Mo reageerde met instemmend gezucht op mijn opmerkingen. ‘Mevrouw, hij is puber nu, hij luistert niet meer naar mij. Ik zeg elke dag hij moet niet zoveel gamen, maar hij doet wat hij wil. Wat moet ik doen?’ Ik heb haar toen gewezen op de Puberchallenge, de gratis online pubercursus van het CJG. En stelde voor een afspraak voor haar te maken met een van onze pedagogen. Dat wilde ze maar al te graag. Dus ik ben benieuwd wat Mo nu met me wil bespreken.

Mo kijkt bezorgd. ‘Mevrouw, mijn moeder zegt dat er iemand komt die mij wat gaat zeggen over het gamen. Maar u zou toch alleen mijn moeder bellen?’ Ik stel me voor dat zijn moeder met enige triomf aan hem heeft verkondigd dat er met steun van de pedagoog andere tijden zullen aanbreken. En ik realiseer me hoe kort door de bocht dit moet zijn voor hem. Logisch dat hij zich een beetje verraden, of zelfs bedreigd lijkt te voelen.

Ik hoorde dat zij hulp wilde

Ik doe mijn best het hem zo goed mogelijk uit te leggen. ‘Kijk Mo, kinderen opvoeden is best ingewikkeld. Je moeder doet dat al een tijdje alleen. Ze moet alle regels zelf maken. Toen ik haar gisteren sprak, hoorde ik dat ze daar wel hulp bij wil. Daar is die pedagoog voor, die praat met haar.’ Mo is enigszins opgelucht als hij begrijpt dat die pedagoog er niet bij komt zitten als hij gamet. Ik doe er nog een schepje bovenop: ‘Jij hebt toch bijles wiskunde? Nou, die pedagoog geeft jouw moeder straks een soort bijles in opvoeden.’ Nu glijdt er opluchting over zijn gezicht. Communicatie is alles.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 9 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs

Vind je de informatie op deze pagina interessant?

Heb je een vraag aan ons? Geef dan je mailadres en/of telefoonnummer door zodat we met jou in contact kunnen komen.